Regels en tips bij opdrachten

Houd bij het maken van verslagen, werkstukken en andere opdrachten rekening met het volgende:

  • Zorg dat je werk in heldere taal is geschreven. Pas spellings- en grammaticaregels goed toe. Ook leestekens, hoofd- en kleine letters juist gebruiken.
  • Maak je tekst netje op met koppen en alinea’s. Gebruik als standaardletter een grootte van maximaal 12 punten. Gebruik niet te veel verschillende lettertypes en -groottes, dat leest niet prettig.
  • Voeg wat afbeeldingen toe, maar dit mag niet leiden tot te weinig tekst. Eén afbeelding per bladzijde (A4) is het maximum tenzij het voor een bepaalde opdracht nodig is om er meer te gebruiken. Afbeeldingen moeten altijd met het onderwerp te maken hebben.
  • Schrijf teksten in eigen woorden. Dus geen teksten kopiëren van Internet, uit boeken, kranten, tijdschriften of andere bronnen.
  • Als je tekst letterlijk overneemt dan mogen dat hooguit paar zinnen zijn. Je plaatst deze zinnen dan tussen aanhalingstekens. Dat heet citeren. Een voorbeeld: “Politici bedienen zich in toenemende mate van cryptisch taalgebruik.” Leg daaronder dan altijd in eigen woorden uit waarom je die tekst citeert en zo nodig wat het betekent.
    “Mensen in de politiek gebruiken steeds vaker onbegrijpelijke taal.”
  • Vermeld altijd je bronnen: titels van boeken, namen van kranten, tijdschriften en welke editie het is. Noem bij boeken hoofdstuk-nummers/–titels en paginanummers. Bij kranten en tijdschriften noem je ook de datum van uitgave en het paginanummer waar je de informatie vandaan hebt gehaald.
  • Bij het gebruik van websites moet je in je bronvermelding het volledige Internetadres opgeven dus niet slechts het hoofdadres. Zie het voorbeeld: dus niet alleen www.ditiseenvoorbeeld.nl, maar www.ditiseenvoorbeeld.nl/artikelen/levensbeschouwing.html.
  • Het klakkeloos overnemen van teksten is absoluut niet toegestaan. Je overtreedt daarmee de regels van het auteursrecht. Dat heet plagiaat plegen. Auteursrecht is van toepassing op alles wat mensen schrijven, componeren, tekenen, schilderen, enz. Dit geldt ook voor informatie van websites. Overname mag alleen met toestemming van de schrijver/schrijfster, de uitgever of de webmaster. Als je je hier niet aan houdt ben je dus in overtreding. Dat geldt ook bij het maken van werk voor school.
  • Begin tijdig aan je opdrachten. De avond voor de dag van inlevering is doorgaans niet handig. Werken onder grote tijdsdruk is niet plezierig. Plan je werk dus, ga bewust om met de indeling van je tijd.
  • Als je voor een opdracht een artikel uit een krant of tijdschrift nodig hebt ga daar dan tijdig naar op zoek. Wacht niet tot het laatste moment met het risico dat kranten en tijdschriften thuis net allemaal zijn weggegooid.
  • Het lenen van boeken uit de bibliotheek moet je goed regelen, zodat je het gewenste boek tijdig in huis hebt. Mocht een bepaald boek toch niet verkrijgbaar zijn, dan leen je een vergelijkbaar boek. Er bestaan immers meerdere geschikte boeken over een bepaald onderwerp.
  • Je kunt boeken lenen bij de mediatheek van het Marnix College en uiteraard ook bij de bibliotheek in je woonplaats.
  • Beoordeling van opdrachten kan op twee manieren plaatsvinden: met een cijfer of met een aantekening. In alle gevallen tellen opdrachten dus in positieve of in negatieve zin mee.
  • Lever opdrachten op het afgesproken moment en op de afgesproken manier in. Het kan zijn dan je je werk moet inleveren tijdens de les, maar het kan ook voorkomen dat de docent wil dat je het naar hem/haar stuurt via de ELO in Magister.
  • Vermeld bij inlevering altijd: je voor- en achternaam en je klas + duidelijk de titel van je opdracht op de voorkant.

Succes met je opdrachten. Mocht je nog vragen hebben stel die dan via de berichtenoptie in de ELO aan je docent.